Kannegieter
recorded for information only

recorded for information only

Bekabelingsystemen zijn complexe technische systemen. Dat is bij velen bekend. Er zijn echter ook nog hele volksstammen, die beweren dat netwerkbekabeling "commodity" is en dat iedereen dat wel kan. De dagelijkse praktijk bewijst het tegenovergestelde.

Installatiebedrijven, adviesbureaus, facilitaire- en technische diensten hebben veelal een elektrotechnische achtergrond. Datacommunicatie en de daarbij behorende infrastructuren zijn elektronica. Dat zijn toch echt twee andere werelden. Signalen, die getransporteerd worden over twisted-pairbekabelingsystemen, hebben een zeer hoge frequentie. Wat dat aangaat is 50 Hz nog net geen gelijkstroom. Hoogfrequent signalen gedragen zich heel anders, eigenaardig zeggen sommigen, dan laagfrequent signalen. Een voedingskabel kan afgetakt worden, maar bij databekabeling kan dat niet. Dit moeten altijd ononderbroken verbindingen zijn. Cat6 WAGO's bestaan niet.

Bij signalen met een hoge frequentie doen zich hele andere fenomenen voor dan bij laagfrequent. De samenstelling van isolatiematerialen speelt een cruciale rol in de performance van de kabel. De karakteristieke impedantie van een bekabelingsysteem is liefst 100 Ohm ±0%, maar dat kan simpelweg niet. Je hebt bij technische definities en producten altijd met tolerantie te maken. Het is wel zo, dat hoe kleiner de tolerantie, des te beter het product. Een impedantievariatie in het communicatiekanaal beschouwt een hoogfrequent signaal als een drempel waar het tegenaan stoot. En net als golven die ergens tegenaan botsen, zo worden hoogfrequent signalen ook gereflecteerd. Een ander "merkwaardig" fenomeen is dat signalen op aderparen beïnvloed worden door signalen van naastgelegen aderparen. Dit noemen we overspraak.

Al deze parameters moeten getest worden om aan te tonen dat het systeem voldoet aan de eisen van internationale standaarden. Voor twisted-pairsystemen in de jaren negentig van de vorige eeuw waren lengte, overspraak, demping en gelijkstroomweerstand van het circuit voldoende. Een tester deed er toen tweeëneenhalve minuut over om zo'n meting te verrichten. Om onze honger naar meer bandbreedte te stillen moeten ontwikkelaars van standaarden, protocollen en bekabelingsproducten alle registers open trekken. Nieuwe technieken zijn ontwikkeld en inzichten zijn bijgesteld. Resultaat: we hebben heel veel parameters meer die we moeten testen. Gelukkig heeft de ontwikkeling van testapparatuur ook niet stilgestaan en kunnen we deze hele bak aan parameters in twaalf seconden meten. Bovendien is de testapparatuur intelligenter geworden. Da's mooi, maar het heeft ook nadelen.

We vergeten steeds vaker dat we zelf moeten blijven nadenken en niet klakkeloos achter de meetresultaten van de tester aan te lopen. Dit geldt voor twisted-pair, maar zeker ook voor glasvezelmetingen. Er zijn verschillende situaties waarbij de tester onlogische meetresultaten geeft. Hoe kan het, dat een testresultaat "PASS" is terwijl de overspraakwaarden een negatieve marge hebben? Je verwacht een "FAIL". De NEXT-waarden zijn slechter dan wat in de standaarden staat. Wel, deze eigenaardigheid heet de "4 dB regel" en komt vooral voor bij korte lengtes. Het klinkt misschien raar, maar dit kan een situatie zijn, die conform de norm is. In de standaarden ISO/IEC 11801 en NEN-EN 50173-1 staat, dat wanneer de Insertion Loss van een communicatiekanaal niet groter dan 4 dB is, de bijbehorende meetwaarden voor NEXT genegeerd kunnen worden. De tester zal bij NEXT een "i" laten zien.
Deze staat overigens niet voor "ignored", maar voor "recorded for information only".

Meer informatie over deze College Column krijgt u als u een e-mail stuurt aan Huib van der Heijden of belt naar 033 450 8686