Kannegieter
generatiekloof

generatiekloof

Afgelopen week zat ik in m'n werkkamer cursusmateriaal voor te bereiden. Hierdoor lag m'n bureautafel vol met kabels, connectoren en gereedschap. Om m'n creaties te testen stond er een DTX cable-analyzer bij. Rond het middaguur hoor ik beneden de voordeur opgegaan, gevolgd door een vrolijk gekwetter. M'n nichtjes. Of ze even bij ons konden blijven, want hun moeder was wat laat. Dat had ze "gewhatsappt". 'Natuurlijk', dacht ik, 'Hoe anders.'

'Wat ik aan het doen ben? Werken.'
'Wat doe je dan?'
'Ik schrijf cursussen.'
'Oh, voor school?'
'Ja, zoiets.'
'Waar heb je al die spullen voor?'
'Om te oefenen.'
'Kun je 't dan nog niet?' 'Jawel, maar ik wil het zeker weten.'
'Wat zijn dat voor dingen?'
'Dat is kabel.'
'Ja, maar die', wijzend op de twee gele mysterieuze apparaten. 'Is dat een telefoon?' Voor iedereen jonger dan twaalf jaar is een vreemd draagbaar apparaat een telefoon.
'Nee, dat is een meetapparaat.'

Nog voordat ik uit kon leggen waarvoor het apparaat dient was de aandacht verdwenen. Je kon er geen spelletjes op spelen, dus hoe interessant kon zo'n ding nou zijn?
'Is het echt geen telefoon?'
'Nee, hoezo?'
'Omdat er "Talk" op staat.'
'Het is geen telefoon, maar je kunt er wel met elkaar mee praten.'
'Hoe dan?'
'Nou dan moet je tussen deze twee apparaten een kabel aansluiten en dan…'
'Een kabel? Dat heb ik nog nooit gezien, een telefoon met een kabel.'
Het is geen telefoon, wilde ik nog zeggen, maar ik zag dat het een tevergeefse poging werd.
'Vroeger hadden alle telefoons een kabel', zei ik op de toon van een schoolmeester.
'En een draaischijf', voegde ik eraan toe, in de hoop het mysterie alleen maar groter te maken. Het hielp.
'Hoe zag dat er dan uit?'

Na gegoogled te hebben op "T65" onthulde ik de geschiedenis van de telecommunicatie in Nederland.

'En hoe werkt dat dan?'
'Dan moest je je vinger in zo'n gat met een nummer steken en rechtsom draaien tot je niet verder kon en dan je vinger uit het gat halen. De draaischijf draait dan terug en maakt tikjes. Eén tikje als je één gekozen had, negen tikjes als je een negen koos en tien tikjes als je de nul gekozen had.'
Ik voelde 'm al aankomen.
'Tien tikjes voor een nul?'
Door uit te leggen dat nul tikjes niets is en dus ook geen nul wist ik me eruit te redden.

'Dus die telefoons kon je niet dragen en ergens mee naar toe nemen?'
'Nee, dat kon niet.'
'En hoe deed je dat als je niet thuis was?'
'Dan kon je bellen vanuit een telefooncel. Dan deed je muntjes in het apparaat en kon je bellen.' Ik zei bewust geen "kwartjes", want het zijn Euro-kinderen en om het hele monetaire stelsel van Europa op een namiddag uit te leggen ging me wat ver.

Na te hebben gegoogled op "ATF3" en "mobile phone", 'Hoe weet je dat allemaal, wat je moet intypen?', kon ik de eerste autotelefoons en mobiele telefoons laten zien. Ik heb ook nog proberen uit te leggen dat een iPhone niet een telefoon is, maar dat er onder andere een telefoon in zit, naast nog veel meer dingen.
'Waarom noemen ze 't dan een iPhone?'
Ja, dat wist ik zo gauw ook niet. 'Marketing', heb ik als antwoord gegeven.
'Wat is dat, marketing?' 'Dat weet niemand.', antwoordde ik, om ervan af te zijn.
We hebben behoorlijk gelachen om al die oude telefoontoestellen die middag. Ik voelde me plots heel oud geworden. Ik ben onderdeel van de geschiedenis geworden, besefte ik.

Meer informatie over deze College Column krijgt u als u een e-mail stuurt aan Huib van der Heijden of belt naar 033 450 8686.