Kannegieter
onzichtbaar

onzichtbaar


Dit jaar was het weer zover. Er moest weer geschilderd worden. Eerlijk gezegd had het al eerder gemoeten. Maar ja… schilderen? Het is niet bepaald mijn lievelingsklusje.
Ik mocht nog van geluk spreken, als ik mijn omgeving moest geloven. Vrienden, kennissen, (schoon)familie, buren, allen zeiden tegen mij dat het mooi weer was om te schilderen. Alleen mijn vader niet. Hij weet als geen ander wat ik weet; het is mooi weer om te fietsen, een boek te lezen, te zwemmen, te wandelen, te kamperen, te picknicken, aan het strand te zitten, op een luchtbed op een meer te dobberen, voor mijn part om in je blote kont door de duinen te rennen, maar het is nooit, maar dan ook werkelijk nooit mooi weer om te schilderen! Ik wil dan ook nooit meer van iemand horen: “Nou zeg, wat een mooi weer om te schilderen.” Nooit meer! Want is het nooit mooi weer om te schilderen. Begrepen?!
 
Technisch gezien schilder ik helemaal niet. Als het om schilderen gaat doet mijn vrouw dat. Zij kan dan ook werkelijk verdomd goed schilderen. Ontzettend strak. Geen druppel of loper, hoe klein ook, is te ontdekken als zij met kwast en roller, kozijnen, deuren en lambriseringen heeft bewerkt. Alleen de dakkapel, die mag ik doen. Dat is te hoog om eventuele oneffenheden te zien.
Mijn taak is het voorwerk. Schuren, plamuren, kitten, nog eens schuren, plamuren en kitten, en als ik pech heb het hele ritueel nog een keer herhalen. Afsluitend mag ik de boel afnemen met een ontvettende oplossing op basis van dennenhars. Wie zou dat nou toch ontdekt hebben? Een boswachter? Kortom, van mijn noeste arbeid zie je uiteindelijk niets. Maar owee, als ik het niet goed heb gedaan.
 
Gelukkig heb ik jaren bij een installateur gewerkt, dus ik ben het wel gewend. Mezelf drie slagen in de rondte werken, maar… aan het einde mag niemand er iets van zien. Maar owee! Als er geen licht uit het armatuur komt, als de telefoon het niet doet, als de camerabeelden niet doorkomen, als de zusteroproep geen zuster oproept, als we niet met onze pasjes door de deur kunnen, als onze e-mail niet binnenkomt, als we geen wifi-bereik hebben, als er geen spanning op het stopcontact staat, dan… dan breekt de pleuris uit.
Dus, wat stelt zo’n strak, hip, modern gebouw nu eigenlijk helemaal voor, zonder al die onzichtbare techniek? Niet echt heel veel, toch?
 
Huib